Categorieën
schemacoach

Gevangen in jezelf

‘Ik weet het even allemaal niet meer. Niets lijkt me écht te boeien. Waar word ik nou blij van?’

Leona wil graag een nieuwe baan. Of misschien zelfs wel een eigen bedrijf, maar als ze nadenkt over opties slaat de twijfel toe. Wat vindt ze nou echt leuk?

Om uit het hoofd te komen en je gevoel te volgen, is het goed om je ‘blije ik’ meer de ruimte te geven. Dit is de modus in jezelf waarin je plezier, vrijheid en ontspanning ervaart. Waarin je echt in het moment kunt genieten. Je weer gaat sprankelen. Vanuit daar kan je brein weer ideeën creëren en openstaan voor nieuwe dingen.

”Geef je ‘blije ik’ meer de ruimte”

Leona heeft wel ideeën wat ze kan gaan doen om te ontspannen of plezier te ervaren, maar waar haalt ze de tijd vandaan? Ze voelt zich gevangen in haar gezin. Ze voelt zich vooral ‘moeder’ en mist de rollen zoals ‘partner’, ‘vriendin’ of ‘sensuele vrouw’. De moederrol slokt haar tijd, energie en aandacht op.

We gaan kijken naar haar onderliggende patroon. Wat zegt ze allemaal tegen zichzelf als ze tijd voor zichzelf wil maken? De veeleisende modus (je innerlijke saboteur) wordt op een stoel gezet. ‘Je moet altijd klaar staan’, ‘ik moet het allemaal zelf kunnen’, ‘ik mag mijn man niet belasten met de opvoeding voor de kinderen want hij werkt al zo hard’, ‘ik ben vorige week al gaan lunchen met een vriendin’, ‘wat ben ik toch ook egoïstisch’ en ga zo maar door.

”Wat is het onderliggende patroon?”

Als ze plaatsneemt op de stoel van haar ‘kleine ik’, mag ze voelen wat de veeleisende modus met haar doet. Ze voelt zich teleurgesteld, onbelangrijk, moedeloos. Gelaten neemt ze de boodschap van haar veeleisende modus aan. ‘Het is nou eenmaal zo’. De ander gaat voor en ze cijfert zichzelf wel weg. Alle energie zakt uit haar lichaam.

Ze mag plaatsnemen op de stoel van haar ‘wijze ik’, de gezonde volwassen modus in zichzelf. Ze mag opkomen voor haar ‘kleine ik’ tegen de veeleisende saboteur. Dit doet ze zachtjes. Ze kan het nog niet voelen in haar lijf. Ze voelt hoe haar veeleisende saboteur haar gevangen houdt.

Vaak is niet je gezin, maar jouw belemmerende overtuiging hetgeen je in de weg zit. Los van de vele taken en zorgen die je gezin met zich meebrengen. Je zit gevangen in jezelf.

Dit vraagt oefening, omdat zulke patronen hardnekkig kunnen zijn. Mindset herkennen, voelen wat het met je doet, hiervoor opkomen binnen jezelf en daadwerkelijk gaan doen. En zo steeds stapjes zetten; niet één keer, maar elke keer weer.

”Het is elke keer weer een stapje zetten.”

Leona geniet steeds vaker van fijne momenten. Ze start binnenkort een nieuwe baan waarin ze vrijheid krijgt haar functie te creëren. En haar eigen bedrijf? Dat laat ze voor nu los. Eerst weer meer bij zichzelf komen. Zichzelf vrijmaken.

Waarin houd jij jezelf gevangen?

Categorieën
schemacoach

Leer te geven wat je zelf het meeste nodig hebt

Ze is een warme, liefdevolle moeder en intens dol op haar dochtertje. Alleen is het meisje van tijd tot tijd ontroostbaar. Haar gehuil gaat dan door merg en been. En de oorzaak is vaak niet te achterhalen. Olivia voelt zich dan zo machteloos; voelt zich geen goede moeder…

Als Olivia vervolgens in frustratie en paniek schiet, moet zij direct weer denken aan dat ene moment. Dat moment jaren geleden, waarop zij het gehuil even niet meer aankon. Waarop haar man het van haar over heeft moeten nemen. ‘Ik kan niet eens mijn eigen kind troosten’, huilt ze. Dit gevoel is intens sterk.

Haar interne saboteur – de criticus – kraakt haarzelf enorm af. Ze denkt dat het aan haar ligt dat haar kindje zich niet veilig bij haar voelt. Dat zíj de oorzaak is van haar achterstand. Een enorm schuldgevoel verteert haar. Verergerd door eigen moeilijke ervaringen toen ze zelf een jong meisje was en zich niet geaccepteerd heeft gevoeld. ‘Hoe kun je dan een goede moeder zijn?’

We staan stil bij het beeld dat haar het meeste raakt

We gaan terug naar het moment van toen. En staan stil bij het beeld dat haar het meeste raakt. Dat het gevoel triggert een slechte moeder te zijn. Met EMDR brengen we het proces op gang om alle angsten in haar lichaam te doorvoelen.

Haar belemmerende overtuigingen maken plaats voor meer zelfvertrouwen. Dat zij haar dochter volwaardig accepteert. Juíst door wat ze zelf heeft meegemaakt. Dat precies zíj de juiste moeder is voor haar dochter.

We versterken haar innerlijke krachten, door zelf in het beeld te stappen. Door er te zijn voor de jongere versie van haarzelf in dat beeld. Zichzelf te troosten. Zodat zij vóelt dat haar emoties er mogen zijn.

We staan stil bij het beeld dat haar het meeste raakt

Het vertrouwen in haarzelf als moeder groeit. Ze hoeft de emoties voor haar dochter niet altijd op te lossen. Olivia wil haar dochter de ruimte geven dat al haar emoties er onvoorwaardelijk mogen zijn. Net als die van haarzelf. Ze ervaart rust en durft weer op haar intuïtie te vertrouwen.

Je kinderen leren jou om hen dát te geven, wat je zelf soms ook het meeste nodig hebt.

Haar dochter huilt soms nog steeds ontroostbaar. Olivia kan er nu als betrokken moeder ‘gewoon’ voor haar zijn. Haar ‘merg en been’ nu gevuld met liefde. Voor hun allebei.

Categorieën
schemacoach

Mijn goud ligt voor het oprapen


Daar lig ik dan, op een matje. Klaar voor de ademsessie. We hebben een surprise-festival georganiseerd voor onze vriendin. Je wordt tenslotte maar één keer 40 en dan begint je leven past echt! In eerste instantie voelde ik wat weerstand, want doe mij liever een borrel met een dansje. Aangezien ik daarvoor nog twee uurtjes mag wachten, besluit ik er alles uit te halen. Wetende dat mijn vriendin zweert bij deze sessies. Als ik er dan toch ben…

Het goud ligt voor het oprapen

Na een ontspannende bodyscan wordt de ademsessie krachtig ingezet. Dus ik doe krachtig mee. Tintelende, stijve handen, kramp in mijn gezicht. Gelukkig mag je bewegen wat je wil bewegen. Dus ik kronkel en puf, frustrerend over dat het verder niks met me doet.

Ik wil ook ‘dingen’ verwerken. Al weet ik dan niet wat

Ik hoor anderen huilen. Ik wil ook ‘dingen’ verwerken. Al weet ik dan niet wat. Ik geef niet op en ga door. Ik benoem naar de begeleider wat ik ervaar. Hij geeft aan dat dit mijn patroon is. Waarop ik antwoord: ‘I know, en wat kan ik dan doen?’. Ik mag rustiger ademen via de onderbuik. Het verbaast me omdat het net anders werd voorgedaan. Ik laat alles maar los.

En dan… kom ik direct in een andere vibe. Mijn lichaam gaat fijn tintelen, mijn gezicht gaat in een brede glimlach, ik voel me gelukzalig! Bij het horen van het gehuil bij anderen voel ik naast empathie voor wat ze doormaken, me ook schuldig. Dat ik me zielsgelukkig voel terwijl de ander verdriet heeft. Ook dat laat ik maar los. Ik voel het geluk weer stromen, ik voel me opstijgen, ik voel de liefde en dankbaarheid voor mijn familie en de fijne mensen om me heen.

Tegelijkertijd hoor ik mijn saboteur: is dit alles?

Tegelijkertijd hoor ik dat stemmetje, mijn saboteur, die zich afvraagt: Is dit alles? Moet het niet dieper, zwaarder? Ben ik te oppervlakkig? Doe ik het fout?

Ik besef dat er nu niet veel los te laten is in de diepte. Ik hoef niet te graven naar herinneringen en emoties. Dat wat ik los te laten heb zit geheel aan de oppervlakte. Het zo hard mijn best doen. Dit patroon zit juist ‘diep’ doordat het in de breedte in alle situaties tot uiting komt.

Het ervaren van geluk, liefde en dankbaarheid blijkt het doel van de ademsessie te zijn. De een moet daarvoor veel lagen door, de ander kan er sneller bij komen. Het goud ligt dus voor het oprapen. Alleen, mijn patroon ook! Ik ben diep in mijn patroon gedoken om het weer los te kunnen laten.

Vanaf nu vertel ik mijzelf in allerlei situaties dat ik niet mijn best hoef te doen. Enkel hoef te genieten. En ontspannen mag blijven ademen. Al dan niet op een matje…


Dit blog is ook gepubliceerd op Feem Magazine

Categorieën
schemacoach

Eerst zelf je zuurstofmasker opzetten

Deel vier van de reeks ‘De kracht van visualiseren’

In deze reeks neem ik je mee in sessies die echt hebben plaatsgevonden. De verhalen zijn op waarheid gebaseerd.
De namen zijn gefingeerd.


Even lekker onderuit met een boekje op de bank. Genieten van je koffie, rust en niks hoeven. Heerlijk ontspannen zou je denken. Maar dit geldt niet altijd voor Anne. Hoezeer ze ook weet dat het belangrijk voor haar is, is er weinig relaxend aan. De ‘Opjager’ brengt onrust elke keer weer. In de avond en het weekend overwerken. Stress, piekeren en vermoeidheid. Hoe tackle je dat?

Anne vertelt als hulpverlener haar klanten de vliegtuig-metafoor maar al te vaak. ‘Eerst zelf je zuurstofmasker opzetten, voordat je een ander kunt helpen.’ Simpel gezegd, maar potdomme lastig. De eerste stappen om meer tijd vrij te maken voor zichzelf zijn gelukt. Zodra ze rustig zit, begint dat stemmetje in haar hoofd haar echter te pushen. ‘Je moet nog dit en dat, je kan de ander niet laten wachten, ze hebben je nodig, je ….’ Hoe kun je nou ontspannen als die stem alsmaar harder roept? Het voelt zo als waarheid.

Anne neemt plaats op de stoel die staat voor de Opjager in haar hoofd. Ze spreekt al die gedachten hardop uit. ‘Stel je niet zo aan. Je hebt alles voor elkaar. Jouw klanten hebben echte problemen. Je kan vanavond best nog wat doen.’ Vaak wordt wat we denken goed duidelijk dankzij zo’n stoelentechniek.

Dan is de stoel ernaast aan de beurt, voor haar ‘Kleine ik’. De emoties die onbewust niet gevoeld worden. Wat doen al die gedachten met haar? Ze voelt hoe zwaar het voor zichzelf is. Ze voelt zich klein en verdrietig. Het is haar allemaal even te veel. Ze zou zo graag eens voor zichzelf kiezen. En meer rust ervaren.

Visualiserend ziet ze een zwart monster zitten dat haar gevangen houdt

Vanuit een derde stoel bekrachtigen we haar ‘Wijze ik’. De gezonde kant in haar, die handelt naar wat goed voor haar is. En die opkomt voor haar behoefte. Ze spreekt de Opjager tegen. Eerst twijfelend, want die Opjager is heel sterk aanwezig. Visualiserend ziet ze hem zitten, een zwart monster dat haar met zijn armen omringt. Gevangen houdt. Ze duwt hem letterlijk van zich af. Ze recht haar rug en gebaart hem dat het nu moet stoppen. Dat ze niet meer naar hem luistert. Dat ze rust verdient. Ze wil de smoesjes van het steeds de ander voorop moeten zetten niet meer horen. En dat, als ze zo doorgaat, ze anderen niet eens meer kán helpen. Ze voelt het in elke cel. De stoel van het monster mag een eind verderop gaan staan. Nu kan ze weer ademhalen.

In het dagelijks leven staat ze bij vele keuzes stil. Is dit wat het monster van me vraagt of is het wat ik echt zelf wil? Waar krijg ik lucht van?

Een maand later gaat ze met haar man naar Portugal. Het vliegtuig begint te rollen. Anne nipt aan haar koffie. Zodra de stewardess instructies geeft, is Anne al diep verzonken in haar boek. Het monster blijft thuis…


Dit blog is ook gepubliceerd in FEEM magazine

Categorieën
schemacoach

Juf Julie maakt zich zelfbeheersing meester

Deel drie van de reeks ‘De kracht van visualiseren’

In deze reeks neem ik je mee in sessies die echt hebben plaatsgevonden. De verhalen zijn op waarheid gebaseerd.
De namen zijn gefingeerd.

Ze kijkt de klas in met 30 kinderen. Moe van de hectische ochtend, de leerlingen zijn onrustig en er moet nog een hoop gedaan worden. Eén van de jongens stelt een vraag en neemt geen genoegen met haar antwoord. Sterker nog, hij gaat er tegen in en daagt uit. Ze krijgt het warm, haar nek spant aan en haar hartslag gaat omhoog. ‘Ze nemen me niet serieus. Ik ben een slechte docent als ik geen orde kan houden’. Hij gaat door tot voor haar de maat vol is. Na haar felle reactie bindt hij in… Ze kan wel door de grond zakken. Schaamte over dat ze haar boosheid niet onder controle heeft.

Julie werkt sinds een jaar op een basisschool. Ze is een spontane en enthousiaste vrouw. Met een lief karakter en veel humor. Kinderen zijn dol op haar. En toch… ze schrikt soms van haar uitbarstingen. Ze heeft dan het gevoel geen controle te hebben. Ze voelt zich dan zo machteloos. Thuis moeten haar zoontjes het soms ook ontgelden.

We zoomen in op de gevoelens in haar lichaam. Vanuit daar komen verschillende situaties van vroeger op. Haar vader die soms plots boos kon worden. Haar grootste angst is om hierin te veel op hem te lijken. Visualiserend kan Julie nu als volwassene de kleine Julie van toen in gedachten geven wat ze als kind zo gemist heeft. Tegelijkertijd kan ze zich nu beter voorstellen wat er speelde bij haar vader. En hoe hij dit anders had kunnen aanpakken. Dit sterkt haar als moeder. Het voorbeeld dat ze zo gemist heeft, doordat zij haar eigen moeder al vroeg verloren had.

En er is meer. De machteloosheid brengt ons naar een sociale situatie als kind waarin ze niet uit haar woorden kwam. Ze voelt zich weer alsof ze zo klein is als toen. Door de kleine Julie serieus te nemen, de ruimte te geven en gerust te stellen, zakt haar spanning. We spreken de anderen aan op wat ze haar hadden moeten bieden door oog te hebben voor wat ze nodig had. Dit geeft Julie het gevoel dat ze niet alleen staat, en ertoe doet. Ook als ze niet meteen uit haar woorden komt.

Vanuit hier kan Julie zelf bedenken wat ze nodig heeft op werk. Vooraf meer rust creëren voor zichzelf en de kinderen. Minder eisen stellen aan zichzelf. Bepaalde thema’s die spelen bij kinderen meer de ruimte geven in plaats van af te kappen. Zich inleven in hen. Soms even meebewegen of humor gebruiken. Wat is erg en moet begrensd worden, en wat kan genegeerd worden.

De lessen die volgen zijn meer ontspannen. Julie kan de coach in plaats van de politieagent zijn. Thuis zegt haar oudste zoon spontaan ‘Mam, we hebben al twee weken geen ruzie gemaakt!’.

‘s Ochtends, gehaast voordat ze naar werk moet… Haar jongste zoontje treuzelt. Hij wil zijn schoenen niet aan doen. ‘Ik wil niet naar de crèche, ik wil thuis blijven’ stribbelt hij tegen. Ze voelt de spanning oplopen… En dan… stelt ze ‘de kleine Julie in zichzelf’ gerust. Ze kan weer ademhalen. Ze gaat in op wat haar zoon zo dwars zit. Ze moet lachen om het kunstje dat hij toont. Met plezier trekt hij direct zijn schoenen aan. Ze geeft haar acrobaatje een knuffel.

Op weg naar buiten smelt ze als zijn kleine handje de hare vastpakt…

Meer ontspannen staat ze weer voor de klas. Diezelfde jongen neemt opnieuw geen genoegen met haar antwoord en laat bozig merken dat hij het ergens niet mee eens is. Julie haalt diep adem, en vraagt hem hoe hij er naar kijkt. Na een compliment over zijn goede kritische blik, vraagt Julie hoe de anderen over dit thema denken. Een mooie discussie ontstaat. Soms leren we meer, als je even van je programma afwijkt…

Dit blog is ook gepubliceerd op FEEM Magazine

Categorieën
schemacoach

De blauwdruk van jouw persoonlijkheid

Het steeds maar druk hebben. Het gevoel alle ballen in de lucht te moeten houden. Niks willen missen. Een goede vriendin, professional, moeder en partner moeten zijn. Steeds het gevoel te hebben dat je op alle fronten tekort schiet. Langer met werk bezig zijn dan je wilt. Vaker hoofdpijn, vermoeid, geïrriteerd en liggen piekeren. Oftewel stress!

Willen veranderen. Maar dat lukt nog niet zo goed. Of je vervalt weer snel in je oude patroon. Onze patronen zijn vaak hardnekkig. Liggen diep verankerd in onszelf. En eigenlijk al gevormd in de eerste jaren van ons leven. Toen al?! Ja echt.

Ontplooiing

Wanneer we geboren worden, komen we met een bepaalde aanleg ter wereld. Je genen en temperament bijvoorbeeld. Vervolgens groeien we op en beginnen we betekenis te geven aan de wereld. Ieder kind heeft bepaalde emotionele basisbehoeften. Zo is het belangrijk dat je in veiligheid opgroeit, waarbij je je kunt verbinden aan mensen. Dat je zelf beslissingen en fouten mag maken en ook complimenten krijgt, om autonomie en zelfvertrouwen te ontwikkelen. Dat je jouw gevoelens en je mening mag uiten en kunt zeggen wat je graag zou willen. Dat je met grenzen leert omgaan, dat ouders duidelijk aangeven wat wel en niet mag, en je jezelf kunt beheersen. En dat je fijn kan spelen en plezier kan maken.

Wordt er niet helemaal aan deze behoeften voldaan, dan pas je je als kind hierop aan. Het komt bijna altijd wel voor dat je ouders (met de beste intenties of onbewust) je op een bepaald gebied te veel of te weinig hebben gegeven. Doordat ze hun eigen problemen hadden of zelf bepaalde dingen niet goed geleerd hebben van hun ouders. Het kan ook zijn dat je dingen meemaakt met bijvoorbeeld leeftijdsgenoten die een diepe indruk achter laten. Dan ontwikkel je een schema op dat gebied. De Amerikaanse psycholoog Jeffrey Young heeft in de jaren negentig de schematherapie ontwikkeld. Onderstaande uitwerking is daarop gebaseerd.

Patronen

Wat bedoelen we met een schema? Een schema is een soort referentiekader. Het bevat herinneringen, gedachten, gevoelens en manieren om daarmee om te gaan. Een filter dat je op situaties legt. Waardoor je naar situaties kijkt, deze ervaart en interpreteert. Je eigen blauwdruk van je persoonlijkheid. Bijvoorbeeld dat je jezelf niet goed genoeg vindt of bang bent dat anderen je afwijzen. Schema’s ontstaan door een wisselwerking tussen enerzijds je omgeving (ouders, school, en de buurt) en anderzijds je karakter van jou als kind. Als kind ga je je gedragen op een manier om met die situatie om te gaan. Om zo min mogelijk last te ervaren. Wat in die situatie eigenlijk heel handig en logisch is om te ‘overleven’. Later houden we dit onbewust zelf in stand. Dit gebeurt vanzelf. Ons brein is zo gebouwd dat het de grootste kans geeft op overleving. En moet dus snel situaties inschatten. Je blijft steeds door dezelfde bril naar situaties kijken. En zo bewijzen vinden die je schema bevestigen. Of je blijft je hetzelfde gedragen, je weet niet beter. Terwijl het oude gedragspatroon in de nieuwe situaties helemaal niet meer nodig is. En eigenlijk ook niet meer goed past als volwassene. Maar zo krijg je dus ook geen bewijs dat het tegendeel waar is. Je gevoelens en overtuigingen worden gedurende je leven steeds sterker. Dit kan stress geven. Voel je hem al?

Oorzaak-gevolg

Er bestaan wel achttien verschillende schema’s. Enkele voorbeelden zijn de schema’s Minderwaardigheid, Zelfopoffering of Hoge eisen. Stel, je hebt het schema Minderwaardigheid. Dan ben je vaak onzeker en denk je dat je niet leuk of goed genoeg bent. Dit kan op verschillende manieren zijn ontstaan. Doordat je vaker kritiek of weinig aandacht hebt gekregen. Doordat je gepest bent door leeftijdgenoten of misschien heb je een broer of zus die net slimmer was dan jij. Je gaat denken en voelen dat je minder bent dan de ander. En daar ga je je ook naar gedragen. Bijvoorbeeld niet meer je best doen. Of je terugtrekken uit contacten. Daardoor presteer je ook minder of zien mensen je niet staan. Je zelfbeeld wordt bevestigd. Je gaat er steeds meer in geloven. Het kan ook zijn dat je juist het tegenovergestelde gaat doen, om de minderwaardigheid niet te voelen. Door bijvoorbeeld extra hard je best te doen en iedereen te laten weten hoe goed je bent. Of alcohol drinken, om je gevoelens wat te dempen en je zelfverzekerder te voelen.

Een ander voorbeeld kan zijn dat je in je jeugd voor anderen moest zorgen. Bijvoorbeeld met een ouder die depressief was of dat je altijd veel rekening met broertjes en zusjes hebt moeten houden. Je kan dan een schema Zelfopoffering ontwikkelen. Er was weinig oog voor jouw behoefte. En vaak ben je als volwassene ook niet echt bewust van je behoefte. En ook niet gewend om hulp te vragen.

Bij een schema Hoge eisen is het nooit goed genoeg. Misschien dat je ouders veel van je verwacht hebben als kind of werkten ze zelf hard. Of je was talentvol en hebt eigenlijk niet geleerd om fouten te maken en frustraties te verdragen. Of je bent altijd beloond voor je ‘perfecte’ gedrag, met complimenten of vanzelf via je prestaties. Het kan zijn dat je heel hard gaat werken en alsmaar je best doen. De dingen perfect doen. Of je durft door je hoge eisen juist aan niks te beginnen, bang om te falen. Je bent bang om afgewezen te worden dat je niet goed genoeg bent. ‘Stiekem’ voel je je dan onzeker, want wat je denkt dat een ander over jou denkt, denk je eigenlijk over jezelf. Perfectionisme verbloemt onzekerheid. Snap je hem?

Zo zijn er nog veel meer schema’s. Met allemaal een eigen behoefte of verlangen. We hebben er allemaal wel eentje. Het kan natuurlijk zijn dat je er goed mee om kan gaan. Of dat je juist grote problemen ervaart, dan kun je naar een psycholoog gaan. Maar ook in milde vorm zijn veel van ons ongewenste gedrag en de negatieve emoties terug te voeren op onze schema’s. Wat is jouw kern? De moeite waard te onderzoeken!

Hoe uit zo’n schema zich?

Zo’n schema kan verschillende kanten in jou triggeren. De houding of gevoel waarin je schiet, noemen we een modus. Een ander kan je gevoel of gedrag in die situatie misschien overdreven vinden. We hebben de gezonde modus, verschillende kindmodi, de kritische modi en meerdere overlevingsmodi.

De gezonde modus is de volwassen of wijze kant die goed voor zichzelf zorgt. Daarnaast kan deze ook voldoende rekening houden met anderen. De gezonde kant ervaart passende gevoelens bij de situatie, maakt goede keuzes, kan zijn behoefte uiten, emoties reguleren en komt op voor zichzelf. In deze modus ervaar je rust en vertrouwen. We willen natuurlijk zo veel mogelijk in deze modus zitten. Ik zie deze voor me als een mamabeer, mijn wijze ik.

Kindmodi zijn die kanten waarin je je weer even voelt als het kleine kind dat je ooit was. De blije kant in onszelf zorgt voor plezier en ontspanning. Dus fijne gevoelens waarbij je blij en gelukkig bent. De kwetsbare kant (je kleine ik) gaat juist over de pijnlijke gevoelens, waarbij niet aan je emotionele behoefte voldaan is. Zoals verdriet, onzekerheid en angst. Je kunt je alleen voelen of het idee hebben dat anderen je in de steek zullen laten. Je minderwaardig, een buitenstaander of niet geliefd voelen. Je kunt anderen erg wantrouwen en denken dat ze je zullen kwetsen. Of het idee hebben dat je niks alleen kunt. Van deze kant zijn we ons niet altijd bewust. De boze kant wordt vaak eerder opgemerkt. Die kan zich flink uiten naar anderen. Het is de kant die opkomt voor de kwetsbare kant. Omdat je je niet gehoord of begrepen voelt.

De kritische modus, is dat negatieve stemmetje in je hoofd. De saboteur die je spanning geeft. Een soort mevrouw Bulstronk. Ontstaan en overgenomen vanuit wat je vroeger geleerd hebt van anderen. Het kan letterlijk tegen je gezegd zijn, of je hebt het indirect opgemaakt uit hetgeen er om je heen gebeurde. Of iets wat je zelf bedacht had als kind, om een verklaring te kunnen geven aan de situatie. Bijvoorbeeld een strenge kritische of zelfs straffende kant (de afkraker), die steeds tegen jezelf zegt dat je het niet goed doet, of dat het jouw schuld is. Ergens wil deze kant je voor iets behoeden. Maar doet het op zo’n manier dat het je tegenhoudt echt voor jezelf en je verlangens te kunnen gaan. Als je steeds zo tegen jezelf praat, kun je je onzeker en naar voelen. Of een veeleisende kant (de opjager) die steeds zegt dat je beter je best moet doen of harder moet werken. Die kan je echt uitputten.

De overlevingsmodi zijn de kanten die er voor zorgen de negatieve gevoelens vanuit de kind- en kritische modus niet te hoeven voelen. Een soort beschermers die met het schema proberen om te gaan. Dit gebeurt vaak onbewust. Eén manier is vermijding. Je vermijdt situaties en personen, om de pijn niet te hoeven voelen. Of vermijding door je gevoelens af te schermen, door veel bezig te zijn met afleiding of te verdoven door middelen te gebruiken. Een tweede manier is overcompenseren. Je doet dan alsof je schema niet aanwezig is, je verstopt onbewust de pijn, door juist het tegendeel te doen of te bewijzen. Een derde manier is overgave. Bij overgave schik je je naar het schema. Je gaat je er naar gedragen en bevestigt het zo steeds. Ook al is het naar, het voelt vertrouwd. Het is wat je gewend bent, waardoor je dit onbewust ook opzoekt of toestaat.

Verlangen

Terug naar al die ballen in de lucht. Flink stuiterend door al die modi. Herken je al welke actief zijn? Mevrouw Bulstronk of Mamabeer? Je kleine ik wordt vergeten. Wat heb jij nou eigenlijk echt nodig? Waar verlang je naar?

Dit blog is ook gepubliceerd in FEEM Magazine

Categorieën
schemacoach

De kunst van het zelfvertrouwen

Deel twee van de reeks ‘De kracht van visualiseren

In deze reeks neem ik je mee in sessies die echt hebben plaatsgevonden. De verhalen zijn op waarheid gebaseerd.
De namen zijn gefingeerd.

Op de bank… nergens zin in… een lichte kater van gisteren. ‘Wat doet het er allemaal toe. Ik ben een niksnut. Het zal me toch nooit lukken.’ Ze is haar eigen bedrijf gestart als kunstenaar. En net wakker, een paar uur later dan gepland. ‘Wie wil er nou een schilderij van mij kopen? Ze vinden het vast niet mooi…’

Moniek zit op zo’n moment niet goed in haar vel. Integendeel. Al die gedachten in haar hoofd laten haar alleen maar ellendiger voelen. Dan is ze die dag tot weinig anders in staat dan bankhangen. Rondje hardlopen, een taakje in huis, iets doen wat je plezier geeft… het klinkt zo makkelijk om even iets te gaan doen, zodat je stemming verandert. Maar niet als je zo’n hardnekkige afkraker in je hoofd hebt die de zelf saboterende bankhanger activeert.

In de coachsessie geven we de afkraker een stoel. Een stem. Wat kan die kant tekeergaan! Ooit begonnen in de vorm van andere pubers die haar het leven zuur konden maken. Als meerdere leeftijdgenoten in je kindertijd nare dingen tegen je zeggen, kan het zijn dat je dat gaat geloven. Want waarom zouden ze anders zo naar tegen je doen? Dat snap je als kind nog niet.

We visualiseren zo’n puber, plaatsen haar op de stoel en gaan er mee in gesprek. Moniek voelt zich gesterkt. Wie neemt zo’n puber nou serieus? Ze kan de afkrakende gedachten zo meer buiten haarzelf plaatsen. Ze valt er niet meer mee samen. Ze vóelt de kracht en het zelfvertrouwen waar ze al die jaren nog niet bij kon. Hierdoor lukt het zichzelf te motiveren en ook bij een moeizamere start van de dag aan de slag te gaan.

De bankhanger en de puber krijgen ieder een eigen schilderij. Terwijl Moniek schildert, komen er meerdere aanvragen binnen. Ze krijgt het er maar druk mee. Hoe zij ontspant…? Juist! Heerlijk met een wijntje op de bank. Trots op zichzelf.

Geschilderd door Ingelot van der Pol, @schilder_ing

Dit blog is ook gepubliceerd in FEEM magazine

Categorieën
De SchemaCoach

Moeder Teresa’s strijd aan het ontbijt

Deel één van de reeks ‘De kracht van visualiseren

In deze reeks neem ik je mee in sessies die echt hebben plaatsgevonden. De verhalen zijn op waarheid gebaseerd.
De namen zijn gefingeerd.

Zondagmorgen. Samen aan de ontbijttafel. Ze hebben zin in een eitje. Er blijkt er nog maar één te zijn. ‘Neem jij hem maar’, zegt Sandra als vanzelf tegen haar vriend. Ondertussen is ze wel enigszins geïrriteerd dat hij hem dan ook néemt. Niet dat ze het erg vindt, ze vindt het fijn om lief voor anderen te zijn. Ze gunt het hem. Maar denkt hij wel eens aan haar? Hij vráagt het niet eens!

2021 © Bregje van Beckum

Sandra is na een burn-out weer aan het herstellen. Als een klant haar vraagt vandaag een opdracht te doen, schiet ze in de paniek. Ze wil het direct uitvoeren, maar heeft voor een ander project dan geen tijd meer. Nee zeggen roept sterke schuldgevoelens op. Ze piekert, krijgt hoofdpijn en kan zich niet meer focussen.

Aan de coachtafel

Een visualisatie op deze paniek brengt ons naar een situatie waarin ze vier jaar oud was en met straf op haar bed zat. Ze is verdrietig maar ook boos op haar vader. Ze voelt zich daardoor een slecht kind, wat tot schuldgevoelens leidt. Eén van de voorbeelden waarbij ze onbewust geleerd heeft dat haar eigen behoefte niet goed was. Om haar eigen gevoelens aan de kant te zetten. Zich te voegen naar de ander om schuldgevoel te voorkomen.

We stappen in het beeld en gaan aan de slag. Het erkennen van haar gevoelens als klein meisje, zorgt voor ruimte en compassie naar zichzelf. Dat ze begrepen wordt waarom ze zo boos was, laat haar voelen dat haar behoeften ok zijn.

Nu ze zich bewust is van haar patroon, blijkt het zich in vele situaties voor te doen. ‘Ik lijk wel een moeder Teresa!’, roept ze lachend uit. Steeds klaar staan voor anderen. Zich flexibel opstellen. Zichzelf ‘opofferen’. Zo zijn anderen zich er ook niet bewust van dat je misschien iets anders zou willen.

Veranderingen

Die burn-out heeft niet alleen maar ontspanning gebracht. Sandra zegt nu vaker nee. Of biedt een alternatief. Ze plant taken rondom die van haarzelf in plaats van andersom. Geeft vaker aan wat zij zou willen. En kiest met momenten ook voor zichzelf. Schuldgevoelens kan zij nu beter verdragen. Verdwijnen steeds meer naar de achtergrond. Ze vóelt wat ze nodig heeft. Ze houdt meer tijd over. Ze merkt dat anderen dan ook prima rekening houden met haar.

Zondagmorgen. Zin in een croissantje. Wéér nog maar eentje over. Tellen leer je níet bij de coach. ‘Daar had ik nou echt zin in’, zegt Sandra tegen haar vriend. En wat blijkt? Haar vriend gaat spontaan extra croissantjes halen, en komt terug met nog verse jus ook.

Dit blog is ook gepubliceerd in FEEM magazine